≡ Menu

Passen de huidige voetballers nog wel in een collectieve sport

Of heeft ons voetbal niets meer te maken met een collectief spelletje met de bal?

Veel jonge voetballertjes dromen van een hoge positie in het voetballen. Een perfecte rechtsbuiten of en snelle spits. En natuurlijk ook een perfecte middenvelder. En dan nog liefst bij een club die bovenaan staat.

Het gaat daarbij niet eens over de gigantische bedragen, maar d meeste dromen over het resultaat. Johan Cruiff was voor mij een goed voorbeeld. Altijd buiten met de bal. Het enige wat telde zo gauw mogelijk bezig zijn met de bal. Oefen en losmaken. 

Oefening baart kunst. Zijn passie werd opgemerkt door anderen die hem verder hielp zijn droom te behalen. De beste speler worden. 

Individueel presteren is de basis om anderen te bewegen je verder te helpen. 

En die ander ziet van uit zijn visie of vakgebied ook zijn voordeel om jou verder te helpen.

Maar verder komen dan een individueel spelletje met de bal is toch lastiger in teamverband. Alle neuzen moeten dezelfde kant opstaan. Maar welk team of zelfs veel teams in de hoogste klasse zie ik individuen die willen presteren. Ieder met zijn eigen expertise, maar zonder collectief gevoel. 

De coaches vallen met bosjes buiten beeld omdat de club niet meer kan winnen. 

Het is presteren geblazen voor die trainers terwijl de spelers het werk moeten doen.

Een individueel perfect spelende voetballer die in een team van minstens 20 andere spelers zit ziet zijn medespelers soms als concurrentie. 

Zeker als die ander ook op dezelfde plek goed zijn werk doet. In teamverband werken is anders dan werken op individuele basis. Ook al is het doel hetzelfde. 

Voetballers kun je met trainen helpen om perfect te kunnen voetballen. Maar om een speler te worden die perfect onderdeel is van het team heb je toch andere hulp nodig.

De wijsvinger is daar een goed hulpmiddel voor.

Is er samenwerking of tegenwerking?

Natuurlijk heb je veel variaties daarin.  Maar de meest extreme is wel totale tegenwerking om diverse zaken te delen. Je bent niet voor niets in die ploeg terecht gekomen, toch?

Ze hebben je nodig tot het eind. Opgeven is geen optie.

Ook al vindt de trainer dat ook anderen een moment van spelen krijgen, ben jij de beste en wil je niet wijken. De wijsvinger wijst dan naar jouw kwaliteiten en jouw genialiteit. 

Maar die wijsvinger kan ook wijzen naar al die tegenslagen ondanks je inzet. Slecht veld, verkeerd publiek, slechte scheids, collega’s die niet goed hun werk deden, noem maar op. 

Waar wijs jij naar toe?

Hoe denk jij over jezelf?

Is er samenwerking of tegenwerking tussen denken en doen in dat wat je dagelijks doet.

Krijg je er energie van of put het je uit?

Masseren van de beide wijsvingers maakt je brein rustig.

Rechts voor dingen uit het verleden en links voor de gedachtes over de toekomst.

{ 0 comments… add one }

Leave a Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.